Een man-overboord situatie vraagt geen improvisatie maar een kort, ingestudeerd protocol. Hoe eenvoudiger de volgorde, hoe groter de kans op een veilige en snelle recovery zonder extra risico’s voor de rest van de bemanning.
Verdiep vooraf ook je basis met onze uitleg over voorrang in druk verkeer, veilig gedrag bij bruggen en sluizen en controle houden langs beroepsvaart.
Stap 1 — Alarm en visueel contact
Roept iemand “man overboord”, dan wijst direct één bemanningslid continu naar de drenkeling. Dat vaste vingerwijzen voorkomt dat je het zicht kwijt raakt.
Stap 2 — Snelheid eruit, schroefrisico omlaag
Gas terug en motorbeheer direct prioriteit. Een gecontroleerde benadering is veiliger dan een haastige bocht met onvoorspelbare schroefwerking.
Stap 3 — Reddingsmiddel meteen naar buiten
Gooi boei of drijvend hulpmiddel zo snel mogelijk uit, ook als de persoon kan zwemmen. Drijfhulp koopt tijd en vergroot zichtbaarheid.
Stap 4 — Benader tegen drift in
Kom aan vanaf de luwtezijde met minimale snelheid. Zo drijf je niet over de drenkeling heen en houd je meer stuurcontrole in de laatste meters.
Stap 5 — Herstel aan boord met vaste rolverdeling
Wie helpt tillen, wie houdt koers stabiel, wie bewaakt communicatie: leg dat vooraf vast. Rollen vooraf betekenen rust tijdens de kritieke seconden.
Stap 6 — Nazorg en korte evaluatie
Controleer direct op onderkoeling of letsel en bespreek daarna binnen twee minuten wat beter kon. Zo wordt elke oefening of incident een veiligheidsupgrade.
Praktijktip
Oefen dit protocol elk seizoen minimaal twee keer. Teams die kort oefenen reageren aantoonbaar sneller en met minder fouten wanneer het echt gebeurt.